Beelden van Iran: de stereotypen benadrukt

november 2004 -

De Iraanse fotojournaliste Newsha Tavakolian pleit voor meer originaliteit in Iraanse kunst en vraagt het Westen verder te kijken dan de beroemde namen.

Het eerste fototoestel in Iran was een geschenk van een buitenlander aan koning Mohammad Shah van de Qajardynastie, die regeerde van 1834-1848. Tot op dat moment was de Iraanse kunst vrijwel niet blootgesteld aan invloeden vanuit het buitenland. De kunst was puur en origineel. Toen de betrekkingen met het Westen steeds inniger werden, ontdekte de Iraanse culturele elite dat kunst in het Westen veel vooruitstrevender was.

Anders dan bij hun Europese collega's het geval was, werden Iraanse kunstenaars in hun culturele bewegingsvrijheid beperkt door het Islamitische geloof. Er werd niet van hen verwacht dat ze de werkelijkheid lieten zien, dus gebruikten ze het surrealisme om zich te uiten. Toen Iran in de 20 ste eeuw moderniseerde, veranderden de kunstenaars niets aan hun manier van werken.

Historisch gezien behoren Iraanse kunstenaars tot de elite van het land. Hierdoor is een cultuur ontstaan waarin gewone mensen zich niet vertegenwoordigd voelen door de kunst. Toen het land veranderde, raakten de kunstenaars uit de gratie van de machthebbers, terwijl het volk ze nog steeds als superieur beschouwde. Om die redenen richten Iraanse kunstenaars zich tot het Westen voor steun en erkenning. In het Westen is kunst immers voor een veel breder publiek toegankelijk, er is meer geld en er zijn meer podia, kunstgalerieën en musea waar de kunstenaars hun werk kunnen tonen.

Deze situatie is slecht voor Iran want gevestigde kunstenaars produceren werk dat een Westers publiek moet behagen. Fotografen benadrukken bijvoorbeeld de chador, de lange zwarte sluier die wereldberoemd werd na de Islamitische revolutie van 1979 en filmmakers maken opnamen van dorpen waar ezels los rondlopen en dorpelingen hout verzamelen voor hun kachels. In Iran maken deze films nauwelijks indruk, want het land is veranderd in een verstedelijkte maatschappij waar de chador steeds meer uit het straatbeeld verdwijnt en waar de mensen in de nieuwste auto's rijden. Maar in het Westen zijn deze beelden te zien in bioscopen en musea en zo wordt het algemeen verspreide 'achterlijke' imago van Iran bevestigd.

Door hun succes in het Westen zijn kunstenaars niet geneigd om te veranderen en leren ze hun studenten dezelfde werkwijze aan. Een aantal Iraanse kunstgalerieën accepteert alleen kunstwerken die goed verkopen in het Westen: andere uitingen zijn niet welkom. Kunst is tegenwoordig een kwestie van geld in Iran, en niet zozeer van het verleggen van maatschappelijke grenzen.

Wat kunnen we hier tegen doen? Iraanse kunstenaars moeten origineler worden en niet alleen maar kunst produceren voor het Westerse publiek. Kunstliefhebbers en ontwikkelingsorganisaties in het Westen moeten wat meer risico nemen bij het promoten van Iraanse kunst. Ze moeten verder kijken dan de beroemde namen en de gevestigde reputaties, en aandacht schenken aan de duizenden jonge kunstenaars die staan te trappelen om hun invalshoek te laten zien. Geef ze de vrijheid om zo origineel mogelijk te zijn. Probeer het maar. Dan zullen jullie eens wat zien.

Newsha Tavakolian (23) werd geboren in Iran en werkt vanuit Teheran. Ze is fotojournalist en werkt voor het Amerikaanse Polaris Images. In het verleden werkte ze voor een aantal hervormingsgezinde dagbladen en ze berichtte over de oorlog in Irak. Ze werkt regelmatig voor internationale tijdschriften en kranten zoals Time, Newsweek, Colors magazine, US News en World report, Der Spiegel, Stern, New York Times, Le Figaro, Le Monde en NRC Handelsblad