Westerse opera krijgt Afrikaanse injectie

juli 2005 -

In Benin werd onlangs de opera Madame Paradji in een recordtijd ingestudeerd en in scène gezet door studenten van de Internationale Theaterschool van Benin, onder leiding van een internationale regieploeg. Eind april is het verhaal van het kindslavinnetje dat uitgroeit tot de koningin van de handel in de in West-Afrika zo populaire 'wax-hollandais'-stoffen, met gejuich ontvangen door zowel scholieren als volwassenen.

photo

Foto: Freerk Bos

Madame Paradji is opgezet als een pilotproject op het gebied van muziektheater, dat de beste tradities uit West-Afrika en het Westen probeert te verenigen. Volgens de geestelijke vaders van het project - de in Nederland woonachtige Spaanse regisseur Javier López Piñón en de Beninese intendant Dine Alougbine - is de westerse opera immers al decennia geleden op een doodlopend spoor terechtgekomen. Vandaar dat alleen nog een zeer selecte groep liefhebbers er belangstelling voor heeft. Een injectie met frisse invloeden van buitenaf is in hun ogen de beste manier om het muziektheater zodanig op te schudden dat er nieuwe vormen ontstaan, waarmee een nieuwen internationaal publiek kan worden aangeboord.

De bij het project betrokken Beninese, Nederlandse en Schotse professionals brengen allemaal totaal verschillende tradities in het project: Naast López Piñón als regisseur en Alougbine als intendant, schreven Angélique Kido en José Pliya de muziek en het libretto, terwijl Alexander Oliver als vocal coach fungeerde. De Beninese theaterschool en de Nederlandse stichting Modus Operandi werden in de opzet en uitvoering van hun project gesteund door de Stichting DOEN, het Prins Claus Fonds en de Nederlandse Ambassade in Cotonou. Over opvoering van Madame Paradji in andere West-Afrikaanse landen, Frankrijk en Nederland wordt onderhandeld.

Pieter Blussé is werkzaam bij de Nederlandse Ambassade te Cotonou, Benin