Nederland versoepelt mogelijkheden tot culturele mobiliteit

juni 2006 -

Kunstenaars hebben altijd gereisd. Al in de Middeleeuwen trokken zangers, musici, acteurs en voordrachtskunstenaars langs Europese hoven en verder. Landsgrenzen en zeker de daarmee gepaard gaande immigratiewetgeving zijn een veel recentere uitvinding. Voor kunstenaars is het van levensbelang dat zij zich kunnen meten met de internationale markt. Een kunstenaar moet inspiratie opdoen en zich ontwikkelen door de confrontatie met vakgenoten en publiek uit andere culturen.

Onder het motto Nederland Vrijhaven is het stimuleren van mobiliteit van kunstenaars en kunstproducties dan ook een van de beleidsdoelen van het internationale cultuurbeleid van de Ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken. Het verkrijgen van visa en werkvergunningen voor kunstenaars die van buiten de EU naar Nederland komen, levert aan de andere kant echter zoveel problemen op, dat duidelijk is dat binnen het vreemdelingenbeleid volstrekt onvoldoende rekening wordt gehouden met het belang dat de Nederlandse culturele sector heeft bij een vrij internationaal verkeer.

In 2003 namen de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA), TransArtists, de Federatie van Kunstenaars Verenigingen en de Werkgeversvereniging Kunst & Cultuur (WKC) het initiatief tot het oprichten van de Projectgroep Kunstenaars & Visa. Sindsdien zijn er twee belangrijke versoepelingen tot stand gekomen op het terrein van de tewerkstellingsvergunningen.

Op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan men aan de hand van drie vragen (nationaliteit van de gast, doel en duur van het verblijf in Nederland) bepalen welke procedures voor een buitenlandse gast van toepassing zijn. Voor wie zelf naar het buitenland wil gaan, biedt de website van de V&V Visumdienst veel informatie over de benodigde visa en werkvergunningen. Raadpleeg ook altijd de website van de ambassade van het land van bestemming; deze zijn te vinden op de website van het Ministerie van Buitenlandze Zaken.

Het huidige immigratiebeleid is gebaseerd op de angst dat iedereen in Nederland wil blijven. Langzamerhand komt echter op de departementen meer ruimte voor het besef dat er ook immigranten bestaan waar de Nederlandse samenleving iets aan kan hebben. De regeling voor kennismigranten is een eerste blijk van dit nieuwe inzicht.