Koerdische cultuur in de hoofdrol

augustus 2007 -

Half Moon, de succesvolle film van de Iraans-Koerdische regisseur Bahman Ghobadi, is verboden in eigen land, Iran. De belangrijkste motivatie voor het verbod zijn de vermeende 'separatistische elementen' in de film. Met name de kaart waarop Koerdistan als een land wordt afgebeeld is de censor een doorn in het oog. Maar ook het feit dat vrouwen zingen in de film - vrouwen mogen in Iran niet zingen in het openbaar - heeft mogelijk een rol gespeeld. Het verbod op zijn film heeft grote consequenties voor Ghobadi's verdere werk.

photo

Still uit Half Moon

"Ik heb ook geen toestemming gekregen om mijn nieuwe film te maken. Maar daar trek ik me niets van aan. Ik werk aan een verhaal over twee jongens in Teheran en die film zal er hoe dan ook komen!" In Half Moon is een hoofdrol weggelegd voor de Koerdische cultuur. De Koerdische zanger en musicus Mamo riskeert zijn leven en dat van zijn zoons om nog eens op het podium te staan in 'bevrijd' Iraaks Koerdistan na de dood van Saddam Hoessein. De barre tocht door de verlaten grensgebieden van Koerdistan wordt hem uiteindelijk fataal.

Volgens Ghobadi kan de film worden beschouwd als een metafoor voor zijn eigen leven. "Mamo is sterk autobiografisch. Net zoals bij hem is de kunst mijn leven en mijn dood." Film is voor hem het medium om het leven en lijden van zijn volk, de Koerden, te tonen. Dat lukt prima in het buitenland, waar films als A Time for Drunken Horses en Turtles can Fly tientallen onderscheidingen in de wacht sleepten. Maar in eigen land wordt hij gedwarsboomd. "De werkomstandigheden zijn hier heel zwaar. Dat geldt niet alleen voor mij maar ook voor andere onafhankelijke cineasten. Maar ik laat me niet kisten en ga hoe dan ook door met mijn werk!"

Vanaf 9 augustus 2007 is Half Moon te zien in Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Rotterdam, Nijmegen en Utrecht.