Omar Sultan: "Ik hoop dat Afghanistan ooit weer een toeristenoord wordt"

januari 2008 -

Het verhaal over de totstandkoming van de expositie Verborgen Afghanistan in de Nieuwe Kerk leest als een jongensboek. Zeven medewerkers van het Nationaal Museum in Kaboel brachten de collectie in 1988 met gevaar voor eigen leven in veiligheid. Ze slopen het museum in, pakten de collectie in in kisten en brachten die naar de kluis van de nationale bank onder het presidentieel paleis. Ze verzegelden de schat met zeven sloten.

photo

Naar goed Afghaans gebruik nam elke medewerker één sleutel mee zodat niemand de kluis ooit zou openen. Het ging een tijdje goed tot de Taliban de kluis ontdekten, maar de sleutels waren spoorloos. Gelukkig bleek de kluis bestand tegen het dynamiet van de cultuurbarbaren die eerder al duizenden kunstwerken hadden vernietigd.

Onderminister van cultuur Omar Sultan - archeoloog van beroep - is de zeven mannen zeer dankbaar. "Zonder hun heldendaden was deze expositie er nooit geweest. En met deze tentoonstelling kunnen we de rest van de wereld tonen dat Afghanistan niet enkel oorlog, destructie en Taliban is, maar dat we een rijk verleden hebben en een cultuur waar we trots op mogen zijn. Ik droom ervan dat er ooit een dag komt dat er vrede en veiligheid heerst in Afghanistan en dat de toeristen toestromen om onze rijke cultuur te bewonderen."

"Voor de inval van de Sovjetroepen in 1978 was toerisme al de tweede inkomstenbron van het land. Ik hoop dat deze expositie fondsen genereert om ooit een geheel nieuw museum neer te zetten in Kaboel waar al onze kunstschatten aan een groot internationaal publiek getoond kunnen worden. De expositie is ook al in Parijs en Turijn geweest en dat begint zijn vruchten af te werpen. Zo is er nu geld om de archeologen en conservatoren van het museum extra cursussen te geven om hun werk nog beter te doen en onze kunstschatten nog beter te bewaren voor toekomstige generaties."

Verborgen Afghanistan is van 22 december 2007 tot en met 20 april 2008 te zien in de Nieuwe kerk in Amsterdam.

De expositie kwam tot stand met steun van onder andere het HGIS-Cultuurprogramma, NCDO, en het Prins Bernhard Fonds. Het Prins Claus Fonds heeft de catalogus laten vertalen in het Dari en het Pasthu, zodat ook de Afghaanse bevolking kan lezen over deze bijzondere kunstschatten.