De kunsten staan lang niet altijd hoog op de politieke agenda in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Toch erkennen steeds meer regeringen het belang van cultuur op zich en in relatie tot sociale en economische ontwikkeling. Deel acht van een serie over het cultuurbeleid van niet-westerse landen.

Ghana

september 2005 -

Cultuur staat al sinds de begindagen van de onafhankelijkheid op de agenda in Ghana. Daarbij ging het vooral om het promoten van de Afrikaanse cultuur als medicijn tegen het koloniale verleden. Zo introduceerde Kwame Nkrumah, Ghana’s befaamde eerste president, Afrikaanse politieke rituelen in staatsceremonies. In 1962 richtte hij het Ghana Instituut voor Kunst en Cultuur op, dat de waardering voor lokale kunst moest stimuleren. Maar militaire coups en een economische crisis in de jaren tachtig zetten een domper op het artistieke leven.

Tijdens het bewind van Jerry John Rawlings probeerde de regering de massale uittocht van kunstenaars te stoppen. In 1990 werd de Nationale Commissie voor Cultuur (NCC) in het leven geroepen, die speciaal bedoeld was om met buitenlandse donaties de kunsten nieuw leven in te blazen. De kunstencommissie is een parapluorganisatie, waaronder niet alleen de Musea- en Monumenten raad, het Kwame Nkrumah Memorial Park, en het W.E.B. Duboiscentrum vallen, maar ook speciale bureau’s voor nationale talen en copyrights. De NCC runt de nationale kunstgalerieën en is tevens verantwoordelijk voor het kunstonderwijs. In de hoofdsteden van de tien districten bevindt zich een regionaal centrum voor cultuur.

Rawlings identificeerde zich sterk met het pan-Afrikanisme. Zo nam hij het initiatief voor het Panafest, een tweejaarlijkse culturele manifestatie om het Afrikaanse volk op het continent en in de diaspora te verenigen. Voor de renovatie van monumenten uit de tijd van de slavenhandel, zoals Cape Coast Castle, Afrika’s eerste gebouw dat op de werelderfgoedlijst van de Unesco belandde, trok de regering buitenlandse investeerders aan. Daarmee werd ’ook in Ghana het ‘heritage’-toerismegeboren.

Eind 2004 lanceerde de regering het nieuwe cultuurbeleid, dat ‘eenheid in diversiteit’ promoot, Afrikaanse waarden en normen voorstaat en tevens voorziet in de oprichting van een cultuurfonds.